Ga naar inhoud

4 Naamgeving materialen

4.1 Algemene afspraken

Er gelden een aantal algemene afspraken wat betreft naamgeving van Materials:

  • Hoofdletters mogen alleen worden gebruikt in positie 1, 2 en 6. De velden voorzien voor de omschrijving en kenmerkende eigenschappen (positie 3 en 4) mogen geen hoofdlet­ters bevatten behalve voor merknamen, coderingen en/of materiaalafkortingen (Revit is hoofdlettergevoelig);
  • Gebruik een underscore ( _ ) als scheidingsteken tussen de posities;
  • Spaties worden gebruikt als leesteken binnen de posities. Underscores zijn binnen een positie niet toegestaan, dit leidt tot verwarring;
  • Het weglaten of leeg laten van posities is niet toegestaan.

4.2 Materials

De naamgeving van Materials wordt genoteerd zoals aangegeven in onderstaand principe.

Principe naamgeving Materials

Positie Beschrijving Karakters Voorbeeld
<pos 1> auteur of content provider zo kort mogelijk XXX
<pos 2> classificatiecode optioneel gevolgd door NLBE‑SfB 5 MME.h2
<pos 3> omschrijving Family vrij maar logisch beton
<pos 4> kenmerkende eigenschappen vrij maar logisch C45
<pos 5> fabrikant (leverancier) of generiek zo kort mogelijk gen
<pos 6> combinatie landcode en identificatie standaard, aangevuld met een taalcode 6 BERSnl

Bijvoorbeeld: XXX_MME.h2_beton_C45_gen_BERSnl

<pos 2> classificatiecode gevolgd door NLBE‑SfB tabel 3

Deze positie vermeldt eerst de classificatiecode o.b.v. de principes in artikel 5.3. Voor de fysieke materialen wordt hier, gescheiden door een punt, de materiaalcode aan toegevoegd volgens tabel 3 van NLBE‑SfB). Hieronder een aantal praktische voorbeelden:

  • Grenen: PMS.i2 (Physical - Materials - Simple; Fysiek – Materiaal – Enkelvoudig; naaldhout)
  • Latexverf: PMF.v6 (Physical - Materials - Finish; Fysiek – Materiaal – Afwerking; emulsieverf)
  • Gebroken wit: SSC (Semi-physical - Surfaces - Colours; Semi-fysiek – Oppervlak – Kleur)
  • Operation Zone: LVC (Logical - Volumetric - Clearance Zones; Logisch – Volumetrisch – Clearance)

<pos 4> kenmerkende eigenschappen

Als de gebruiker specifieke eigenschappen wenst te vermelden in de naamgeving van het materiaal dient dit te gebeuren op deze positie. In het geval er geen behoefte is aan een kenmerkende eigenschap dient dit veld gevuld te worden met “00”.

De materialeneditor in Revit is “zoekmachine gevoelig” georganiseerd. Dit met de bedoeling materialen snel terug te vinden. Door informatie toe te voegen in de verschillende parameters zullen deze gemakkelijker kunnen worden teruggevonden en kunnen ze beter geïdentificeerd worden.

In te vullen parametervelden voor identificatie van materialen in het tabblad Identity:

  • Name: <materiaalnaam>
  • Keynote: codering voor Material Takeoff indien van toepassing
  • Model: afkorting volgens positie 5 in de naamgeving van System Families
  • Comments: vrije omschrijving
  • Description: vrije omschrijving